Jonathan Robijn

Tabak

‘Het goede nieuws is dat je vanaf nu kunt roken zoveel je wilt, het heeft geen belang meer,’ krijgt Jimmy van zijn huisarts te horen.

Jimmy veracht de dood en rookt het liefst de hele dag. Sigaretten, zo vindt hij, getuigen van stijl, en hij denkt dan ook met weemoed terug aan zijn favoriete merk Davros. Vijftig jaar lang rookte hij een à twee pakjes Davros per dag, maar toen ging het merk failliet en moest hij noodgedwongen overstappen op sigaretten van mindere kwaliteit. Nadat de dokter zijn doodsvonnis heeft geveld, neemt Jimmy een drastisch besluit: zijn laatste levensadem zal met Davros gevuld zijn.

In plaats van zijn vrouw en kinderen in te lichten over zijn ziekte, voert hij nog één keer koppig zijn voornemen uit. Hij ontmoet de sigarettenhandelaar Missirian, in wie hij een gelijkgestemde vindt, en samen trekken ze naar Armenië, het vaderland van de producenten van zijn favoriete tabak. Tijdens de reis komen herinneringen aan vroeger naar boven, in het bijzonder aan de mooie en onweerstaanbare Ella, de vrouw van wie hij hield, met wie hij trouwde, maar die nadien onmerkbaar weer van hem wegdreef.

Tabak is een verhaal over een generatie die bijna is verdwenen en over een man die gelaten terugkijkt op zijn leven, maar tussen de hoestbuien en rookwolken door is het vooral ook een melancholisch verhaal over de onnavolgbare wendingen van de liefde.

binnenkort

BIO

Over

Jonathan Robijn is een Vlaamse schrijver van romans en korte verhalen. In 2013 verscheen zijn debuut De stad en de tijd, dat genomineerd werd voor de Gouden Boekenuil. Zijn tweede roman Congo blues verscheen in 2017 en werd inmiddels vertaald in het Duits en Italiaans.

About

Jonathan Robijn is a Flemish writer of novels and short stories. In 2013, his debut, the novel-in-stories The City and Time, was published. It was nominated for the Gouden Boekenuil, which is the main Belgian prize for Dutch language literature. His second novel Congo blues was published in 2017 and has been translated in German and Italian.


Biblio

showcase

Deze verhalenroman, waarin de stad en de tijd de hoofdrol spelen, begint op het moment dat België zich tijdens de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel voor het laatst als één land aan de wereld toont.

Geleidelijk aan verwoest de tijd de stad en ontstaat er iets wat niet langer onder één noemer te vatten is. `Brussel is de hoofdstad van een verdeeld land, het culturele centrum van een veeltalige gemeenschap, een chaotische vluchthaven. Gedreven door onrust raken de personen van verhaal tot verhaal steeds ontheemder, in een stad die steeds minder bestaat.

Een parfumerie-eigenaar met een losbandige zoon, een legerarts die zelfmoord wil plegen maar ervan wordt weerhouden door een andere zelfmoord, een Armeense pianiste die haar veelbelovende carrière op het spel zet doordat ze in liefde ontbrandt, een Arabische zelfmoordterrorist die zijn eigen aanslag overleeft - het zijn wonderlijke karakters, die in een prachtige stijl tot leven komen in verhalen die wemelen van de subtiele wendingen.

'Jonathan Robijn is een rasverteller, zijn boek een originele roman in een klassieke vorm.' - De Standaard 

'Van alle België-boeken die we al gelezen hebben, is dit het boek dat we zullen onthouden.' - De Leeswolf

'Ik geloof zelfs dat ik een tamelijk geprononceerde zucht heb geslaakt toen ik de laatste regel had gelezen.' - De Groene Amsterdammer

'Een meesterlijke sfeerschepper.' - Elle België

'Robijn beschikt over de magie van de ware verhalenverteller.' - HDC Media

showcase

Morgan is een jazzpianist die het geld voor de huur van zijn eenkamerappartement verdient met hier en daar een optreden in een bar. De beelden van een kindertijd in de tropen heeft hij uit zijn geheugen verbannen.

Een onverwachte ontmoeting op nieuwjaarsdag verandert zijn leven. Wanneer hij 's ochtends na een optreden naar huis terugkeert, vindt hij een jonge blanke vrouw in een elegante zwarte jurk ineengezakt tegen de tuinmuur van Smolders' fietsenatelier. Om te voorkomen dat ze doodvriest, biedt hij haar barmhartig en zonder bijgedachte onderdak aan. Maar al snel wordt duidelijk dat ze met haar raadselachtige en onberekenbare gedrag huiveringwekkende herinneringen bij hem oproept. Of kent zij hem en is de kennismaking helemaal niet zo vrijblijvend als ze lijkt?

Wat begint als een toevallige ontmoeting, loopt uit op een zoektocht van ongekende proporties. God schiep blank en zwart, de duivel de halfbloed. Met die woorden onderstreepte jurist en latere Eerste Minister Joseph Pholien de verhouding tussen de blanke man en de zwarte vrouw in Belgisch Congo. Bij Artsen Zonder Grenzen hoorde Jonathan Robijn voor het eerst over een instelling in het zuiden van Rwanda, waar vijftig jaar geleden kinderen opgroeiden die een Belgische vader en een Congolese moeder hadden.

In de Nederlandstalige pers:

'Jonathan Robijn is een ingetogen stilist. Hij blijkt een meester in sfeerschepping, suggereert veel, maar laat de lezer vooral vaak in het ongewisse. Net zoals in zijn vorige boek speelt Brussel ook in Congo Blues een glansrol. Het Brussel van de jazz natuurlijk, maar ook dat van de statige lanen en residentiële wijken, aangelegd met geld dat in Congo werd verdiend en waar Morgan ook wel iets mee heeft. Worden we een vollediger mens wanneer we weten waar we vandaan komen, is de filosofische vraag achter Jonathan Robijns roman, of kunnen we maar beter vooruitkijken en het beste maken van het leven?' - De Morgen

'De schrijver onderwerpt de lezer aan een zoektocht. Congo Blues is een intrigerende roman over de witte en zwarte toetsen van het Belgische verleden.' - Cutting Edge

'Robijn die pas zijn tweede roman aflevert, heeft een volwaardige subtiliteit in de pen alsof hij zijn vak al jaren beoefent.' - NRC Handelsblad

'Wat een prachtig boek. Zo’n zwarte geschiedenis, zo liefdevol en toch nietsontziend, verwoord door deze Jonathan Robijn.' - Allesoverboekenenschrijvers.nl

'In zijn boeken toont Jonathan Robijn zich in de eerste plaats een verteller.' - Ons erfdeel

In der deutschen Presse:

'Gelähmte Melancholie, Wunden kolonialer Herkunft. Starker Sound.'  Krimibestenliste 

'Nach und nach sammelt Morgan Hinweise auf eine Tragödie ein, die größer ist als er selbst. (…) Es ist fast eine Erleichterung, als die Polizei nach Simonas Verschwinden an Morgans Tür klopft und plötzlich ein internationaler Haftbefehl und ein konkretes Verbrechen im Raum stehen. Aus dem Identitätsdrama wird zuletzt dann doch noch: ein richtiger Kriminalroman.' Deutschlandfunk Kultur

'Ein stilles, kleines Meisterwerk.' Buchkultur

'Auch wenn Robijn vieles im Ungefähren lässt und seine Figuren schattenhaft bleiben, erzeugt er in seinem Roman nicht höchste Spannung, sondern Empathie. Die leisen Töne, die er dabei anschlägt, machen Kongo Blues zu einem musikalischen Roman. Sie hallen länger nach als alles Getöse.' Der Freitag

'Kongo Blues von Jonathan Robijn erzählt sehr eindrücklich, was es bedeutet nicht zu wissen, woher man kommt, welche Umstände zum jetzigen Leben geführt haben. Täter und Opfer, vergessene oder verdrängte Schuld? Das Buch hat mir auf extrem spannende und eindrückliche Weise Geschichte erzählt, die ich so noch nicht kannte.' hr iNFO

'Es ist (...) ein gut aufgebauter, unterhalt- sam geschriebener und inhaltlich inter- essanter Roman über die langen Schat- ten des belgischen Kolonialismus.' Amnesty Magazin der Menschenrechte

'Trotz der Brutalität der Geschehnisse: Ein fesselndes Lesevergnügen!' Marx21

'Insofern ist »Kongo Blues« keine energiegeladene Widerstandserzählung, sondern erfüllt von leiser Traurigkeit über die Vergeblichkeit, in der postkolonialen belgischen Gesellschaft die eigene Geschichte zu rekonstruieren.' Jungle.World

'Das ist klug und spannend erzählt, und bis zum Schluss immer wieder überraschend.' SWR.de


Amuse-Gueule

Burundi

Armen was in 1915 als kleine jongen de genocide op de Armeniërs in Turkije ontvlucht en was in Frankrijk terecht gekomen, maar om onduidelijke redenen kon hij er niet aarden. Tien jaar lang deed hij zijn uiterste best, maar vergeefs. Op een dag kwam hij in Marseille een landgenoot tegen en in een zeemanskroeg vertelde hij alles wat er op zijn lever lag. De landgenoot vroeg hem waarom hij dan niet, als het hem in Frankrijk toch zo tegenstak, zoals zoveel andere Armeniërs naar Argentinië emigreerde. Armen was schoenmaker en aan de andere kant van de wereld zouden ze toch ook schoenmakers nodig hebben?

lees meer... Armen vond het een geweldig idee en kocht de dag zelf nog een ticket. Helaas, toen ze moesten inschepen lag hij doodziek in bed en het schip vertrok zonder hem. De ziekte versterkte alleen maar zijn wil om het land te ontvluchten en zodra hij zich wat beter voelde ging hij aan boord van de volgende passagiersboot. Dat die naar Afrika voer in plaats van naar Zuid-Amerika nam hij er voor lief bij. Ook in Afrika zou men vast wel een ervaren schoenmaker kunnen gebruiken. Door een speling van de wind kwam hij samen met zijn kersverse echtgenote in Bujumbura terecht, de hoofdstad van Burundi, waar hij tot zijn ontzetting vaststelde dat de mensen niet alleen geen schoenen droegen, ze droegen helemaal niets. Hij ging dan maar aan de slag op een koffieplantage, kocht een huis en stichtte in de jaren daarop een gezin. Toen we in Burundi woonden ontmoette ik Armens zoon Suren die er samen met zijn dochter en zoon drukkerij La Licorne uitbaatte en die inmiddels zelf ook al een eind in de zeventig was. Ze waren tot op dat moment de enige Armeniërs in Burundi. Een keer per jaar bezocht het ganse gezin de enige Armeense familie in Kinshasa om samen Armeens te kunnen praten.

Soedan

Koning Boudewijn heeft aan de Congolozen beloofd om alle Belgische vrijgezellen naar de kolonie te sturen om café-au-lait te maken. Zo vertelde Paul me eergisteren. Paul is de chauffeur die hier 's avonds dienst doet. Hij spreekt vlot vijf talen en draagt altijd een veelkleurig bloemetjeshemd. Hij heeft een boontje voor de Belgen, de properste mensen ter wereld, 'ils nous ont appris d'être propre!', en hij heeft enkel goede herinneringen aan de periode toen we het in Congo voor het zeggen hadden.

lees meer... Paul heeft Congo verlaten in 1978, en hij is er slechts één keer teruggekeerd, vijf jaar later. Vanuit Congo is hij rechtstreeks naar Parijs gevlogen. En wat is hem het meest bijgebleven uit Parijs? Parfum. 'J'aime bien les parfums de Paris.' Welk merk? 'N'importe.' Als de Lieve Heer het wil zal hij ooit nog terugkeren naar Congo. En heeft hij de verkiezingen gevolgd? 'Biensur, c'est Joseph qui va gagner', al stellen de verkiezingen niets voor, de Congolese politici zijn incompetent, ze kunnen een land als Congo onmogelijk besturen. Dat kunnen alleen de Belgen.

Armenië

Iedereen kende John omdat John John heette en ook omdat hij nooit met iemand een woord wisselde. John zag er ongeveer vijfenzestig jaar oud uit – over zijn werkelijke leeftijd bestond de grootste onduidelijkheid –, had een wollig grijs kapsel met zijstreep links, pientere ogen en hij was zoals de meeste Armeniërs voorzien van een opzienbarende neus.

lees meer... Daarbij kwam dat hij een van de weinige mensen was waarvan je werkelijk zonder enige terughoudendheid kon zeggen dat hij niet wandelde of stapte, maar voortschreed. Met de gratie van een farao. Of beter, met de waardigheid van een zelfverklaard genie. Dat John John heette was een opmerkelijk feit. In Armenië kregen kinderen gewoonlijk de naam van een overleden ((over)groot)ouder, van een legendarische Armeense vorst of toch minstens de naam van een Armeense heilige. John werd door een onverklaarbare speling van het lot John genoemd en is daar nooit helemaal van hersteld. Of beter, het moet hem van bij de geboorte zo’n speciaal gevoel hebben gegeven dat hij er zich vanzelf bijzonder door begon te voelen en misschien ook wel een beetje anders dan al de anderen. Telkens je hem op de binnenplaats tussen de twee woonblokken voorbij wandelde, zag je hem denken, in een poging elke opwelling van grootheidswaanzin meteen de kop in te drukken: anders is niet noodzakelijk beter, John! Waarna hij rustig een zakdoek uit zijn broekzak nam, het zweet van zijn voorhoofd wiste en voortschreed.


Actua

showcase

In het spoor van Sovjetschrijvers door Armenië (Streven, 2020)

Na een tijdje doet de dorre omgeving me denken aan de woorden van de schrijver Vasili Grossman die uit onmin met de partijkaders in 1962 twee maanden in Armenië verbleef: ‘Groengrijze steen, die niet de hoogte in gaat – als berg of als rots – maar die een vlakte vormt, een veld van steen; de berg is doodgegaan, zijn skelet ligt verstrooid over de vlakte. De tijd heeft de berg oud laten worden en vervolgens dood laten gaan, en hier ligt het gebeente van de berg.’  Meer...

 

showcase

Vrede in de Kaukasus: een illusie (NRC, 8 oktober 2020)

Vorige week zondag braken opnieuw gevechten uit tussen Armenië en Azerbeidzjan. Even tragisch als onvermijdelijk. Gemakshalve verwijst men voor het huidige conflict naar de oorlog die de twee landen aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw met elkaar hebben uitgevochten. Meer...

showcase

Gedichtencyclus 'Odyssea' in Het Liegend Konijn, 2020/2, Uitgeverij Polis

showcase

Pleidooi voor een onafhankelijk Artsach (De Morgen, 22 oktober 2020)

"Het is oorlog.” Een vriendin aan de telefoon. Aan haar stem hoor ik dat het deze keer niet om schermutselingen gaat. In de loop van de ochtend sijpelen meer en meer alarmerende berichten door. Rond elf uur melden lokale media dat alle reservisten in Azerbeidzjan worden opgeroepen. Tegen de middag volgt een gelijkaardig bericht van Armeense kant, eerst alleen in Nagorno-Karabach, daarna ook in Armenië zelf. Meer...


Contact

Voor vragen of interviews mag u mij contacteren.